top of page
  • Writer's picturedutchyogaacademy

Wat zeggen de teksten over Pranayama?

Updated: Jan 9

Yoga Sutras van Patanjali

In de Patanjali Yoga Sutras lezen we het volgende over pranayama. Onderstaande vertaling komt van de website https://www.sanskrit-trikashaivism.com en vul ik aan met de vertaling en interpretatie door verschillende auteurs en docenten (o.a. TKV Krishnamacharya, BKS Iyengar, Edwin F. Byrant).


तस्मिन्सति श्वासप्रश्वासयोर्गतिविच्छेदः प्राणायामः॥४९॥

Tasminsati śvāsapraśvāsayorgativicchedaḥ prāṇāyāmaḥ||49||

Once that (tasmin(Āsana or Posture) has been (perfected) (sati), Prāṇāyāma (prāṇāyāmaḥ), (which) is the suspension (vicchedaḥ) of the flow (gati) of inhalation (śvāsa) and exhalation --praśvāsa-- (praśvāsayoḥ),  (should be developed)||49||


In deze sutra lezen we dat we met pranayama kunnen aanvangen wanneer we asana tot in perfectie kunnen uitvoeren (wanneer we dualiteit zijn overstegen). Dan kunnen we de stroom van in- en uitademing onderbreken, stoppen. Dat is pranayama.


Andere commentatoren geven aan dat hier wordt geschreven dat we pranayama kunnen uitvoeren terwijl we in asana (een zittende positie) zijn.


Belangrijk hier is dat het Sanskriet woord vicchedah op twee manieren wordt geïnterpreteerd. Namelijk (1) als suspensie, het volledig stoppen van de ademhaling (kumbhaka) of (2) als een verlengen en vertraging van de ademhaling. Dit levert twee zeer verschillende begrippen op van pranayama. In de praktijk echter is het vooral belangrijk om als beginner in de pranayama beoefening te starten met vertragen en verlengen om in een later stadium kumbhaka, retentie van de ademhaling in te voeren.


वाह्याभ्यन्तरस्तम्भवृत्तिः देशकालसङ्ख्याभिः परिदृष्टो दीर्घसूक्ष्मः॥५०॥Vāhyābhyantarastambhavṛttirdeśakālasaṅkhyābhiḥ paridṛṣṭo dīrghasūkṣmaḥ||50||

(Prāṇāyāma) has (three) Operation(s) (vṛttiḥ): (1) External (vāhya), (2) Internal (ābhyantara) and (3) Suppression (stambha). (And when Prāṇāyāma is) observed (paridṛṣṭaḥ) according to space (deśa), time (kāla) and number --saṅkhyā-- (saṅkhyābhiḥ), it becomes long (dīrgha) and subtle (sūkṣmaḥ)||50||


Deze sutra beschrijft drie typen van pranayama; namelijk (1) de uitademing, (2) de inademing en (3) de pauze tussen de in- en uitademingen. Vervolgens wordt deze beoefend met inachtneming van ruimte, tijd en aantal zodat de ademhaling verlengd en subtiel wordt.


(Merk op dat er in deze sutra (en in dit gehele geschrift) niet gesproken wordt over puraka, rechaka en kumbhaka. Die termen worden in andere teksten gebruikt. Ter verduidelijking gebruik ik in de toelichting hier en daar wel deze termen.)


Met ruimte wordt bedoeld hoe diep je in- of uitademd. Met betrekking tot de inademing kan dat van binnen worden gevoeld (adem je 'hoog' of 'laag'). Wat de uitademing betreft kan worden gemeten op hoeveel vingers afstand van je neus je de lucht voelt stromen. Met tijd wordt de duur van de pranayama bedoeld (traditioneel geteld in ksana een tijdseenheid die gelijkstaat aan een kwart van de tijd die nodig is om met het oog te knipperen). En als laatste 'nummer' of aantal wat refereert naar het aantal keer dat je de pranayama doet. Er kan worden geteld in verschillende eenheden (mātrā) waarvoor verschillende manieren bestaan. Een mātrā kan gelijkstaan aan de tijd die nodig is om in de handen te klappen, of om één keer de ogen te openen en te sluiten, of om drie keer over de knieën te wrijven en vervolgens één keer in de vingers te knippen. Hoewel in de commentaren verschillende manieren van tijd en aantal meten worden genoemd en hoe vaak dat vervolgens gedaan moet worden, de gemene deler is dat de lengte van elke pranayama (inademing, uitademing en pauze) stapsgewijs verlengd kan worden zodat de ademhaling steeds langer en subtieler wordt totdat die nauwelijks meer opgemerkt kan worden.


Hoewel de Patanjali Yoga Sutras zelf geen beschrijving geeft van verschillende variaties van ruimte, tijd en aantal zijn dit variabelen die worden gebruikt om pranayama te omschrijven en te beoefenen. In andere teksten vinden we dit wel terug.


वाह्याभ्यन्तरविषयाक्षेपी चतुर्थः॥५१॥

Vāhyābhyantaraviṣayākṣepī caturthaḥ||51||

The fourth (kind of Prāṇāyāma) (caturthaḥ) transcends or excels (ākṣepī) the sphere of influence (viṣaya) of External (vāhya) and Internal (ābhyantara(Operations)||51||


Nadat Patanjali in de vorige sutra drie typen van pranayama geeft, beschrijft hij hier een vierde type van pranayama die voorbij gaat aan de in- en de uitademing. De vraag is wat het verschil is tussen de van pranayama hier genoemd en de derde vorm van pranayama genoemd in de vorige sutra, aangezien er in beide geen in- en uitademing is. Je zou zeggen dat het beide beschrijvingen zijn van de fase van de pauze tussen de in- en uitademingen, ookwel kumbhaka genoemd.


Verschillende commentatoren geven verschillene interpretaties. Mogelijk wordt hier geduid op een vorm van retentie van de ademhaling die spontaan kan ontstaan in tegenstelling tot de retentie uit de vorige sutra waar nog inspanning voor nodig is en gereguleerd wordt (mbt ruimte, tijd en aantal). Men spreekt dan ook wel over kevala-kumbhaka (pure of spontane kumbhaka), in plaats van 'gewoon' kumbhaka. Er bestaan ook interpretaties waarin wordt aangegeven dat deze vierde vorm van pranayama, deze vorm van kumbhaka, anders is in de zin dat die extreem lang kan worden aangehouden soms wel tot een maand of een jaar lang. In dat geval is het prana dat door het lichaam circuleert en de persoon in leven houdt. Er gaan veel verhalen de ronde over yogi's die lange tijd zonder eten, drinken en zelfs ademhalen kunnen. Of dit werkelijk zo is weten we niet.


ततः क्षीयते प्रकाशावरणम्॥५२॥

Tataḥ kṣīyate prakāśāvaraṇam||52||

Through that (tatas), the veil (āvaraṇam) over Prakāśa --i.e. "over the revelation of true knowledge"-- (prakāśa) is attenuated (kṣīyate)||52||


Nu beschrijft Patanjali het effect van de beoefening van pranayama; namelijk het verzwakken van de sluier die het licht van de echte wijsheid bedekt. (Prakāśa wordt ook wel vertaald als licht, waarin licht een metafoor voor wijsheid is.)


In de yogatraditie gaat men ervan uit dat we geen toegang hebben tot wijsheid, omdat we in een onpure staat van zijn verkeren. Karma uit het verleden zorgt ervoor dat we gedachten hebben, woorden spreken en handelingen uitvoeren die niet puur (zogenaamd niet satvisch) zijn. Deze onpure gedachten, woorden en handelingen komen voort uit een staat waarin we niet puur, niet helder zijn en veroorzaken op hun beurt zaadjes die in de toekomst leiden tot gedachten, woorden en daden die lijden veroorzaken. Pranayama zou karma 'opbranden' of verzwakken.


धारणासु च योग्यता मनसः॥५३॥

Dhāraṇāsu ca yogyatā manasaḥ||53||

Mental (manasaḥ) fitness or aptitude (yogyatā) for the dhāraṇā-s or concentration practices (dhāraṇāsu(is) also (ca) (developed)||53||


Naast bovengenoemd effect stelt Patanjali in deze sutra dat daarnaast ook de geest geschikt wordt gemaakt voor de beoefening van dharana. Dharana, concentratie, is de zesde stap van het achtvoudige pad zoals gepresenteerd in de Patanjali Yoga Sutras.


Om concentratie, eenpuntige focus, te kunnen bewerkstelligen, is het nodig dat de geest puur (satvisch) is. Er moeten geen zaken zijn die onrust in de geest kunnen veroorzaken. Aangezien pranayama karma verbrandt (zie vorige sutra) en dus oorzaken van onrust in de geest wegneemt, maakt pranayama de geest klaar voor dharana.

0 views0 comments

Recent Posts

See All

Pranayama in het kort

Betekenis van Pranayama Het Sanskriet woord pranayama kan op twee verschillende manieren worden vertaald. De eerste manier is het woord zien als een samenvoeging van de twee woorden prana (levensenerg

Wat is Yoga

Introductie Om pranayama beter te kunnen begrijpen is het nodig om toe te lichten wat yoga is en hoe de beoefening van pranayama daarbinnen past. Binnen de yogatraditie kan je pranayama namelijk niet

bottom of page